EPEA co-ontwikkelt Madaster Circularity Indicator(MCI) voor gebouwen

Gepubliceerd op 14 Juni 2018 | 13:19 uur door Hein van Tuijl

Auteur: Germien Cox, Madaster

EPEA staat voor Environmental Protection Encouragement Agency. Dit onderzoeks- en adviesbureau, opgericht door Michael Braungart in 1987, stond aan de basis van het Cradle to Cradle concept; een ontwerpconcept om te komen tot producten, processen en gebouwen die meerwaarde leveren voor mens en milieu. Een belangrijk onderdeel vormt het toepassen van materialen in kringlopen waarbij de kwaliteit van materialen behouden blijft. Staat dat eigenlijk niet ook centraal in de circulaire economie?

Hein van Tuijl, managing director EPEA, legt uit: “Er zijn in de laatste jaren veel rapporten geschreven over de circulaire economie waardoor het begrip circulaire economie weer een nieuwe populariteitsgolf doormaakt op dit moment. De kringlopen waarnaar gerefereerd wordt in de rapporten van de Ellen MacArthur Foundation zijn gebaseerd op Cradle to Cradle, zoals ook blijkt uit de voetnoten.” Feitelijk is er dus geen verschil tussen Cradle to Cradle en circulaire economie? Hein van Tuijl antwoordt: “Ons doel in Cradle to Cradle is om positieve impacts te realiseren. We ontwikkelen producten, processen, systemen en gebouwen die bijvoorbeeld bodem herstellen, lucht en water zuiveren en de menselijke gezondheid ondersteunen. Het circuleren van materialen in continue kringlopen is daar een belangrijk onderdeel van, maar we zetten graag nog een extra stap.”

Is er een actueel voorbeeld op gebouwniveau te noemen waarbij het Cradle to Cradle concept goed tot uiting is gekomen? Hein van Tuijl antwoordt: ”Het nieuwe stadskantoor van Venlo is hier een mooi voorbeeld van. Het gebouw is opgezet als een materialendepot met een vooraf gedefinieerde restwaarde. Het gebouw zuivert water en lucht, produceert energie en heeft een positief gedefinieerde meerwaarde voor de gebruikers en de omgeving. In het eerste jaar van gebruik is het ziekteverzuim afgenomen met 1,5% ten opzichte van het oude stadskantoor. Daarnaast is de luchtkwaliteit in een straal van 500 meter rond het gebouw beter dan op andere plekken in de stad vanwege de actieve groengevel.”

EPEA helpt bedrijven en overheden om de concepten Cradle to Cradle en circulaire economie te vertalen in praktische producten, processen en gebouwen. Belangrijk daarbij is het stellen van de juiste vragen, op het juiste moment. Dat is ook het geval bij de Madaster Circularity Indicator (MCI) waar EPEA een belangrijke bijdrage aan heeft geleverd. Hein van Tuijl legt uit: “Op het moment dat je een Circularity Indicator wilt ontwikkelen, is product- en materiaalkennis ontzettend belangrijk. Om een score voor circulariteit te kunnen toekennen is het van belang om te weten of en in hoeverre iets recyclebaar is. Dat begint en eindigt bij chemie. Het zijn bijvoorbeeld vaak additieven of kleurstoffen die zorgen of materialen en producten al dan niet hoogwaardig recyclebaar zijn. We hebben Madaster geholpen met het formuleren van de juiste vragen en het opstellen van hun indicatoren, zodat zij er scores aan kunnen koppelen.”

Niet verwonderlijk dat EPEA weet welke vragen te stellen. In de kern is EPEA namelijk een wetenschappelijk bureau, opgericht door een chemicus notabene. Zij hebben voor duizenden partijen onderzoek gedaan naar de kleinste bouwsteentjes van een product en hun materialen. EPEA beschikt dan ook over een enorme database die zich al zo’n 30 jaar aan het vullen is met specifieke informatie over allerlei soorten materialen. Hein van Tuijl sluit een koppeling van deze database met het Madaster platform in de toekomst niet uit. Hein van Tuijl: “Wij onderstrepen het belang om de juiste informatie gericht toegankelijk te maken voor actoren in de gebouwde omgeving. Iedereen in de bouwketen moet toegang hebben tot informatie die voor hém/haar relevant is om Cradle to Cradle of circulariteit in de praktijk te brengen. Een onafhankelijk, publiek toegankelijk platform als Madaster helpt om dit idee naar een hoger niveau te tillen door materialenpaspoorten te genereren voor grote groepen gebruikers. Als datapartner zouden we, met medewerking van de producenten waarmee wij werken, het platform kunnen voorzien van kennis over producten en hoe zij circulair toegepast kunnen worden in gebouwen.”

Oorspronkelijke artikel: www.madaster.com

Share: